Pikin Slee
In Pikin Slee wonen er zo'n 4000 mensen die tot de stam van de Saramaccaners behoren. Zij wonen aan de Boven-Surinamerivier en Pikin Slee is het 1 na grootste dorp van de Saramaccaners. Saramaccaans is hun moedertaal maar op school leren de kinderen het Nederlands dat voor hun echt een vreemde taal is. Zij horen die taal namelijk alleen op school.
De mensen van Pikin Slee leven net als de meeste binnenlandbewoners van Suriname van de zwerflandbouw of de landbouw volgens het "slash and burn" systeem.Ieder jaar kappen de gezinnen een nieuw kostgrondje open, dat ze vervolgens afbranden en waarop ze dan planten. De mensen kennen dus geen vorm van bemesting en besproeiing. Meestal heeft 1 gezin meer dan 1 kostgrondje. Op 1 kostgrondje wordt voornamelijk rijst verbouwd. Deze rijst wordt hoogland rijst genoemd omdat het niet in de zwampen wordt verbouwd maar op hoge, droge grond. Verder heeft de vrouw nog een kostgrondje waarop ze verschillende soorten aardvruchten verbouwd zoals nappi, zoete pattaten, tajer soorten en zoete en bittere cassave. Verder wordt er ook groente verbouwd en peper. Bananenbomen worden er geplant en ook riet. Alhoewel de Marrons hun hoofdvoedsel rijst is, wordt er ook cassavebrood gebakken van de bittere cassave.
De bittere cassave wordt geschild, gewassen, geweekt en daarna geraspt. Vervolgens wordt het vocht met een speciale gevlochten matapi uit de cassavepulp geperst. Het is heel belangrijk dat dat zorgvuldig gebeurd, want de blauwzuur die er in de cassave zit wordt op die manier eruit gehaald. Cassavebrood is een hele grote ronde droge koek die de vrouwen bakken op een grote platte, ronde metalen plaat.
Het grootste gedeelte van het jaar zijn de vrouwen alleen met de kinderen in het dorp omdat er weinig werk is in het dorp zelf. De mannen trekken naar Paramaribo of zelfs naar Frans-Guyana om daar te werken en geld voor hun gezin te verdienen.
Toch zijn er enkele mensen in Pikin Slee die zeer creatief zijn. Het is een groep jonge mannen die op een heel kunstzinnige manier het vele hout dat er in het bos groeit, bewerken. Deze groep wordt Totomboti genoemd. Ze bewerken het hout niet alleen op de traditionele manier maar ze hebben ook andere nieuwe kunstvormen in hun houtbewerking verwerkt. Nu hebben ze zelf kontakten in Nederland en hebben daar al 1 expositie gehad.
In Pikin Slee komt er ook een museum. Dit museum zal over de Marroncultuur gaan. Aangezien Pikin Slee een traditioneel dorp is, is het museum daar op de juiste plaats. De gebruiken van de Marrons zijn er zo authentiek mogelijk aanwezig.
1. De lange stoffige bauxietweg naar Atjoni. 2,3. Daar aangekomen inschepen voor een boottocht van ca. 2,5 uur. 4. Aangkomen in het dorp Pikinslee. 5,6. Enthousiaste hul bij het ontschepen. 7. Belangstelling van groot en klein. 8. 3 van de 5 kunstenaars van Pikinslee. 9. Traditionele dansen.10,11,12. Op bezoek bij de Kapitein 13,14,15.Uitbreiding van de Pater Willebrandschool. 16,17,18. Namens de stichting Zorg samen voor Suriname worden de school- en leermiddelen aangeboden.